Submit to FacebookSubmit to Twitter

Sprongcodes bestaan uit 3 (of 4) cijfers met een letter.
Klik hier voor een referentie van alle sprongcodes.

Uitleg

Het 1e cijfer:

1 = voorover
2 = achterover
3 = contra
4 = binnenwaarts
5 = schroef
6 = handstand

0 = valduik of hoekbommetje

Het 2e cijfer:

Geeft voorlopig alleen maar iets aan als het eerste een 0 is (bij valduiken dus).
In dat geval is:
01.. = vooruit
02.. = achteruit
Bij een schroefsprong bepaalt het ook weer de richting.
 

Het 3e cijfer:

Geeft het aantal ½ salto´s aan.
..1. = dan is het een ½ salto
..2. = dan is het een hele salto
..3. = dan is het 1½ salto, enz.
 

Het 4e cijfer:

Er is alleen een 4e cijfer bij schroefsprongen en hij geeft dan het aantal halve schroeven aan.
5..1 = een ½ schroef
5..2 = een hele schroef
5..3 = 1½ schroef, enz.
 
De letter
De letter geeft de houding aan.
A = gestrekt
B = gehoekt
C = gehurkt
D = vrije houding, dit heb je als je schroeven met salto’s maakt.
 
Voorbeelden
 
100B
De 1 staat voor voorover
De 0en betekenen dat er geen salto’s bij zijn en dat het dus een standsprong is
En de B betekent dat het gehoekt is
Dan is de sprong dus een standsprong voorover gehoekt!
 
303C
De 3 staat voor de contra richting
De 03 staat voor 3 keer een halve, dus 1,5 salto
De C staat voor gehurkt
Dan is de sprong dus een anderhalve contrasalto gehurkt!
 
5201A

De 5 betekent dat het een schroefsprong is.
De 2 betekent dat het een schroefsprong achterover is.
De 0 betekent dat er geen salto’s bij zitten en dat het dus een standsprong is.
De 1 betekent dat er een halve schroef bij zit.
De A betekent dat het gestrekt is.
Dus de sprong is dan een standsprong achterover gestrekt met een halve schroef!