Submit to FacebookSubmit to Twitter


Op 20 juli 1906 werden in de zweminrichting Harts aan de Amsterdamse Westerdokdijk de eerste Dolfijnspijkers met koppen geslagen. Er waren toen al enkele verenigingen in de stad maar de toenmalige enthousiastelingen vonden dat er best nog een vereniging bij kon. En zo geschiedde in de hal van dat zwembad. In huize Harts, eigenaar van het zwembad, werd op 1 augustus van dat jaar de eerste algemene vergadering belegd, en ondanks de korte voorbereidingstijd werden ook de allereerste Dolfijnstatuten goedgekeurd.
De zwembaden bestonden in die dagen uit een aantel heipalen in het water, waarop een platform was gelegd met een aantal planken en hokjes. Aan waterzuivering werd niet gedaan want het water van de Harts aan het Y was immers zuiver.
Als je in die dagen wilde zonnebaden dan ging je gewoon op de houten vlonders liggen als een dergelijke “onzedelijke’ handeling in die dagen was toegestaan. Dreef er af en toe een dode vis in het zwembad dan werd die snel door de in smetteloos wit kostuum met witte pet gestoken badmeester uit het water gevist. De chef van het zwembad zag er met zijn pet en gouden versierselen uit als een kapitein van een schip. De training in die dagen was dienovereenkomstig, hetgeen zeggen wilde dat er helemaal niet getraind werd. In de vakantie ging je immers om een uur of negen (brood mee) naar Harts en vertoefde daar de gehele dag om ’s avonds om vijf uur huiswaarts te reppen. Geld voor de tram of fiets was er vaak niet. Je trainde op eigen houtje en de meeste vaardigheid en conditie werd opgedaan in de vakanties. Een ‘leren’ polobal was het eerste clubattribuut dat werd aangeschaft en ijverig werd geprobeerd dat ‘loodzware’ ding naar clubgenoten te gooien om daarmee een begin van een waterpolotraining op touw te zetten.

In 1907 werd in de staatscourant de statuten van de Dolfijn goedgekeurd bij koninklijk besluit, en de aansluiting bij de NZB (Nederlandse zwembond, toen nog niet koninklijk!) gerealiseerd. Met de Dolfijn bestond de NZB toen uit 14 verenigingen.
Bij onderlinge wedstrijden in 1908 werden de onderdelen buikzwemmen, duiken, rugzwemmen, en waterpolo beoefend, er werden 1000 programma’s verkocht. De belangstelling was dus erg groot.
Simon Harts maakte eigenhandig waterpolodoelen, opbergkastjes en zijn echtgenote, even enthousiast, maakte polocaps, zwembroeken en de allereerste clubvlag.
De vereniging groeide eind 1908 uit tot 57 leden, 6 adspiranten en 39 donateurs.
Jaarinkomsten penningmeester f 110,60 en uitgaven f 109,-. De jaarcontributie voor leden was f 1,- en adspiranten f 0,60. In die tijd kreeg je blijkbaar makkelijker donateurs dan nu en in 1910 waren dat er al 120 stuks.

Het Dolfijn bestuur kreeg de aanbieding van zweminrichting Heiligeweg om de leden tegen betaling van f 0.20 (per jaar!) gebruik te laten maken van het bad op vrijdagavond zodat de Dolfijn ook in de winter een domicilie kreeg.
In 1913 verging aan de Prins Hendrikkade een woonscheepje met 4 kinderen terwijl de ouders niet thuis waren. Dit leidde 2 weken daarna tot de oprichting van de Amsterdamse Reddingsbrigade (ARB) met een bestuurslid van De Dolfijn, het Y, DJK en AZ 1870.
In 1917 werden de jeugdleden ontevreden omdat alleen de grotere een prijs hadden en zij niet. Ze zouden een collecte organiseren middels intekenlijsten.
Ze gingen met de lege lijst eerst naar de heer Harts en tot hun grote vreugde zette hij na hun motivering gehoord te hebben op de lijst: “goed voor een wisselprijs.”
Enige tijd later ontving het Dolfijn bestuur de wisselprijs die voortaan als ‘Hartskruis’ en ook nu nog jaarlijks verzwommen, door het leven zou gaan.
In 1917 werd De Dolfijn kampioen waterpolo tweede klasse, er waren toen al 152 leden, 65 adspiranten en 32 donateurs. Echter nog steeds geen Damesleden want gemengd zwemmen dat mocht niet in die tijd. Tot de jaren ’40 werd er door de Heren ook een zwart badpak gedragen.
In 1919 verscheen de eerste Dolfijnkroniek met een ‘echte’ kop. Contributie voor leden f 5,- adspiranten f 1,-.

In 1920 maakte het beroemde waterpoloteam van de Dolfijn een succesvolle tournee door Duitsland. In Essen waren 5000 (!) toeschouwers en De Dolfijn won met 5-1, in Duisburg werd voor 2000 toeschouwers met 9-0 gewonnen. Daarna nog twee overwinningen in Ruhrort o.a. tegen de Duitse kampioen. Kort daarna volgde een huldiging in het Amsterdamse American Hotel.
Vanaf 1922 gebruikte de Dolfijn het Zuiderbad als winterdomicilie.
Frans Kuyper speelde waterpolo, zwom ook de lange baan en was ook vertegenwoordigd op de Olympische Spelen 1928 te Amsterdam. Later is de nog jaarlijks uit te reiken Frans Kuyperbeker voor leden met een grote inzet voor de vereniging naar hem genoemd.
Op 2 april 1929 gaat De Dolfijn naar het Heiligewegbad, en op 23 juni 1929 werd het Sportfondsenbad Oost geopend.
In 1931 werd de Dolfijn waterpolokampioen van Nederland, bekende namen uit dat team zijn Jan Stender en Frans Kuyper. In dat jaar vierde De Dolfijn haar 25-jarig bestaan, Tijdens de receptie werd De Dolfijn de waardevolle zilveren beker met ivoren hengels en marmeren voet van het lid John P. Hauser aangeboden.
In 1933 overleed het erelid Jan Harts, directeur van de zweminrichting aan wie de vereniging zoveel dank verschuldigd was.
In 1941 werd het noodbad Jan van Galenbad geopend met de bedoeling de buurt voor een jaar of 10 een open luchtbad te geven voordat er een ander overdekt bad zou komen. Nu is pas duidelijk hoe solide deze noodvoorziening was.

Na de oorlog in 1945 waren vele leden elkaar uit het oog verloren en begon De Dolfijn met 93 leden, 120 adspiranten en 35 donateurs in het AMVJ bad.
In 1946 heeft De Dolfijn zijn 40-jarig jubileum gevierd met een internationaal zwemfeest in een week vol wateractiviteiten. Dit festijn werd samen met de Dames zuster vereniging HDZ (Hollandse dames Zwemclub) en de Gemeente Amsterdam georganiseerd. De tekorten van de organisatie werden netjes door de gemeente Amsterdam aangezuiverd omdat men erg tevreden was met dit sportfestijn in Amsterdam met zowel volks- als schoolwedstrijden.
Later werd ook het 60-jarig bestaan gevierd in het AMVJ met het kinderkoor ‘de Damrakkertjes’ die ‘Daar heb je Flipper zongen’ !

In 1968 werd bekend gemaakt dat er in Amsterdam West bij de Sloterplas een nieuw zwembad gebouwd zou worden ter vervanging van het AMVJ. Het Dolfijn bestuur besloot om daar naar toe te leven en de bouw zou midden 1971 klaar zijn.
Toetreding van damesleden werd vanaf die tijd ook mogelijk en er zijn vele dames zeer actief geweest bij het opzetten van de tak elementair zwemmen waar velen hun eerste A-diploma hebben behaald.
De opening van het Sloterparkbad was uiteindelijk op 29 januari 1973 en vanaf dat moment kwam de vereniging uit een dal en bloeide op tot een van de grootste verenigingen van het land. Ook werden er andere activiteiten georganiseerd zoals een ‘natte kermis’ en werd ook het schoonspringen en kunstzwemmen (januari 1977) aan de historische Dolfijntakken zwemmen en waterpolo toegevoegd.